Het verschil tussen opvoeden en opgroeien

Bijgewerkt op: 23 mrt. 2021



In de schoen van mijn zoon had ik een Sinterklaaspak gedaan. Ik vond het er altijd zo schattig uit zien, van die kinderen die verkleed naar de intocht gingen kijken. Een mijter half over hun ogen, omdat deze net te groot was. Vol verwachting keek ik naar hem toen hij het pakje open maakte. Ik was ervan overtuigd dat hij het heel leuk zou vinden. In plaats daarvan werd hij boos. Heel hard riep hij; ‘Sinterklaas weet toch wel dat ik niet van verkleden hou?!’.


Au. Dat was een pijnlijke maar ook goede les voor mij. In plaats van dat ik gekeken had naar hem, naar wat hij leuk zou vinden, was ik uitgegaan van wat ik zelf leuk zou vinden als hij zou doen. Onbewust wilde ik hem kneden. Ik wilde op dat moment dat hij was zoals ik wilde dat hij was. Maar dat was hij (gelukkig!) niet.

In dit voorbeeld zit het grote verschil tussen opvoeden en opgroeien voor mij.



Ander voorbeeld. In mijn tuin wilde ik graag in een border Hortensia’s hebben. Ik had helemaal in mijn hoofd hoe het eruit zou komen te zien. Vol enthousiasme ging ik aan de slag om ze te planten. Ik was er heel blij mee. De eerste paar dagen.


Want al snel bleken ze in een hoek te staan met te veel zon en in de verkeerde aarde. Ze hingen slap en de eerste blaadjes gingen al dood. Ik baalde. Ik had juist bedacht dat ze op die plek heel mooi zouden staan. Maar als ik die plant in mijn tuin wilde, moest ik het wel anders aanpakken, want anders gingen ze dood. Dus verplaatste ik ze naar de andere kant van de tuin met meer schaduw en gebruikte ik andere grond. Daar kwamen ze wel tot bloei.


In plaats van dat ik de planten wilden laten groeien op een plek die ik wilde omdat het zo mooi zou staan, moest ik kijken naar de plant. Waar de plant het mooist tot bloei zou komen.


Zo werkt het ook met opgroeien. Voor mij gaat het erom niet (alleen) te kijken naar wat ik wil, door hen zo te kneden dat ik vind dat het hoort.

Ik wil ze niet opvoeden ik wil ze laten opgroeien. Waar het licht het beste is en de grond de meeste voedingstoffen heeft. Zodat ze helemaal tot bloei kunnen komen ieder in hun eigen vorm en kleur.


Ken je Bruce Lee? De man uit de Kung-fu films. Naast goede actiefilms heeft hij ook een prachtige quote;

I’m not teaching you anything, I’m just helping to explore yourself.

Dat is precies waar opgroeien voor mij over gaat.

Maar welke opvoedstijlen zijn er? En welke sluit dan het meest aan bij je kind?


Als we kijken naar opvoedstijlen zijn dat er vier. De eerste is verwaarlozend en zal ik dus overslaan. Een andere is er eentje waarbij je kind zo snel mogelijk leer luisteren naar jou als ouder; de autoritaire opvoedstijl. Dus ze toch gewoon aan de verkeerde kant van de tuin laten staan, want daar leren ze van.


Maar er zijn ook juist ouders die zo min mogelijk grenzen stellen; de permissieve opvoedstijl. Deze ouders laten het aan hun plantje over om te kijken waar ze het best aarden. Als in; ‘kijk maar waar je gaat staan’ en vertrouwen erop dat het dan goed komt.


De laatste opvoedstijl gaat het meest over opgroeien. Deze ouders maken duidelijk wat hun verwachtingen zijn en laten tegelijkertijd hun kind oefenen met nieuw gedrag; de autoritatieve opvoedstijl. Dit zijn de ouders die uitleggen aan het plantje waarom ze op een bepaalde plek staan, hen steunen op het moment dat ze toch aan de andere kant van de tuin zouden willen staan, maar ook een duidelijke grens trekken als dit niet kan.


Deze ouders kijken per situatie naar hun kind, stellen grenzen en coachen zodat kinderen zelf van de situatie leren en het uiteindelijk zelf kunnen.


Met laatste manier van kijken en omgaan met kinderen komen kinderen het best tot bloei. Ze leren zichzelf met al hun kwaliteiten en valkuilen kennen, hun eigen belangen in te brengen, kunnen beter samenwerken zijn stabiel en gelukkig. Ze hebben kortom, geleerd dat hun eigen kleur even belangrijk is als die van een ander, ook als die anders is.


Wanneer we het beste willen voor de aarde is het dus heel belangrijk om te kijken naar de manier waarop we onze kinderen willen laten opgroeien.

Steven Pont, Ontwikkelingspsycholoog, heeft een negen tips om kinderen op een zo duurzaam mogelijke manier te laten bloeien:


1) Stel eisen aan je kind en laat ze verantwoordelijk zijn voor hun eigen gedrag; ze staan aan die kant van de tuin en als ze ergens anders willen kijken is dat goed, maar dat is dan hun eigen keus als het niet goed loopt. Het is natuurlijk belangrijk om hierbij te blijven kijken naar de leeftijd van je kind.


2) Maak afspraken over dingen die vaak voorkomen zoals slapen en taken en leg uit waarom deze afspraken er zijn.


3) Bespreek dingen die niet goed zijn na, op het moment dat iedereen wat rustiger is geworden.


4) Verneder je kind of zijn gevoelens nooit door het belachelijk te maken.


5) Blijf nieuwsgierig naar je kind. Kijk, luister en vraag eerst waarom een kind bepaald gedrag laat zien, voordat je het afkeurt.


6) Laat je kind zelf keuzes maken die bij hem of haar passen. Dus nee niet die Sinterklaasmijter omdat jij het zelf zo leuk vindt staan.


7) Ga met respect om met alle emoties die er zijn. Ze zijn net zo echt als die van jou.


8) Straf niet of zo min mogelijk, maar probeer te begrijpen waarom je kind bepaald gedrag laat zien.


9) Geef een compliment wanneer iets beter ging dan eerder. Met een compliment bevestig je gewenst gedrag. Alle kinderen willen het graag goed doen, dus je versterkt de positieve cirkel. De beste complimenten zijn zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld; 'Goed zo, dat je even wacht bij het oversteken, zo weten we zeker dat er geen verkeer aan komt'.















10 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven